Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

artikel 52 AWR

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Zaaknummer: AWB 10/2519

Uitspraakdatum: 20 oktober 2011

Uitspraak in het geding tussen

[X] , gevestigd te [Z] , eiseres,

gemachtigde: mr. drs. W.A.P. Nieuwenhuizen,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Holland-Midden, kantoor Haarlem, verweerder.

10/2519

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft op 30 november 2007 aan eiseres over het tijdvak 1 januari 2003 tot en met 31 december 2006 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 398.086 opgelegd, alsmede bij beschikking van dezelfde datum € 48.184 heffingsrente in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 16 april 2010 het bezwaar ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2011.

Namens eiseres is verschenen haar vennoot [A] , bijgestaan door de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen R.G.A. Rozendaal, S. Gerkema en J.H. Laurenssen.

2 Tussen partijen vaststaande feiten

2.1.

De activiteiten van eiseres bestaan uit de import en export van met name oosterse meubelen, tapijten en porselein.

2.2.

In 2006 en 2007 heeft een boekenonderzoek plaatsgehad naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2003 tot en met 31 december 2005. De bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 22 november 2007 waarin - onder meer - het volgende is opgenomen:

“2.3.2 Kasadministratie

Ondanks dat praktisch alle aan- en verkopen contant worden afgerekend, is er, volgens dhr. [A] , in de winkel geen kasboek aanwezig. Dhr. [A] benadrukt dat hij het niet nodig acht om een kasboek bij te houden.

Per dag worden alle ontvangsten op een briefje genoteerd. De dagbriefjes worden aan de boekhouder gegeven die deze in de financiële administratie verwerkt. Soms worden de dagtotalen mondeling doorgegeven. De dagbriefjes worden dan weggegooid. Controle van het kassaldo is voor dhr. [A] niet van belang, Immers, hij heeft, zoals hij verklaart, alle gegevens in zijn hoofd zitten en vindt dat genoeg. Ook nadat dhr. [A] door zijn adviseur, dhr. [B] , nadrukkelijk op zijn verplichtingen is gewezen, weigert hij een kasboek bij te houden. Ook nu vindt hij het niet nodig. Dhr. [A] beweert dat “iemand” van de Belastingdienst, na een boekenonderzoek, tegen hem had gezegd dat hij op de oude voet verder kon gaan. Hiervan is niets gebleken. Ook in rapporten van eerder ingestelde onderzoeken is hiervan niets terug te vinden.

Tijdens het (verschoven) inleidend gesprek van 15 september 2006 verwijst dhr. [A] meerdere malen naar dhr. [C] van Belastingdienst Holland-Midden Kantoor Haarlem. Dhr. [A] stelt dat zolang dhr. [C] niet aangeeft dat er anders gehandeld moet worden, hij daar niet de noodzaak van inziet. Navraag bij dhr. [C] leert dat hij de zienswijze van dhr. [A] niet ondersteunt. Hij verklaart dan ook hij dhr. [A] reeds in een eerder stadium heeft gewezen op zijn verplichtingen.

(…)

2.3.6

Niet voldoen aan de administratieve verplichtingen

Uit het onderzoek blijkt dat er:

- ten onrechte geen kasadministratie is bijgehouden;

- het aannemelijk is dat er vervalste dan wel valselijk opgemaakte inkoopfacturen in de administratie zijn opgenomen;

- het aannemelijk is dat er vervalste dan wel valselijk opgemaakte verkoopfacturen in de administratie zijn opgenomen.

(…)

3.5

Voorbelasting

Belastingplichtige past het kasstelsel toe.

Tijdens het onderzoek zijn in de overgelegde administratie inkoopfacturen aangetroffen van:

- [D] ;

- [E] ;

- [F] BV;

- [G] BV.

Het totaal van de facturen bedraagt € 2.098.029 (exclusief € 398.085 omzetbelasting).

Op basis van het onderzoek door de FIOD is ons aannemelijk geworden dat dhr. [A]

de inkoopfacturen heeft vervalst, dan wel valselijk heeft opgemaakt dan wel heeft laten vervalsen. In punt 3.5.1 tot en punt 3.5.5 gaan wij hier nader op in.

3.5.1

Inkopen bij [D]

In de jaren 2003 tot en met 2005 heeft belastingplichtige in verband met inkopen bij [D] 28 facturen met een totaalbedrag van € 1.349.525 (exclusief € 256.411 omzetbelasting) ten laste van de winst gebracht. De omzetbelasting die betrekking heeft op deze inkoopfacturen is teruggevraagd aan de Belastingdienst middels de aangiften omzetbelasting.

De verdeling is als volgt:

Bedrag excl. Bedrag incl.

Boekjaar omzetbelasting Omzetbelasting omzetbelasting

___________________________________________________________________

2003 € 208.430 € 39.602 € 248.032

2004 € 451.645 € 85.813 € 537.458

2005 € 689.450 € 130.996 € 820.446

------------------ --------------- ----------------

Totaal € 1.349.525 € 256.411 € 1.605.936

Op basis van het onderzoek is het aannemelijk dat dhr. [A] de facturen heeft vervalst, dan wel valselijk heeft opgemaakt, dan wel heeft laten vervalsen. De facturen zijn vals omdat:

- de adressering wisselend is met onjuiste postcode en huisnummer;

- [D] verklaarde dat de facturen vals zijn opgemaakt door zijn vrouw [H] ;

- [D] verklaarde dat hij de laatste normale factuur aan een andere afnemer in 2003 heeft uitgereikt;

- [D] geen aangifte voor de omzetbelasting heeft gedaan;

- de vrouw van [D] , [H] , verklaarde dat zij in opdracht van haar man facturen maakte;

- [A] tegenstrijdig verklaarde over de vrouw van [D] , eerst keek ze alleen maar in de winkel rond, later maakte ze facturen.

Wij komen tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de gepresenteerde inkopen bij [D] daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Ter zake van deze inkopen is voorbelasting geclaimd. Wij corrigeren deze voorbelasting.

Correctie A

2003: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren inkopen € 39.602

2004: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren inkopen € 85.813

2005: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren inkopen € 130.996

3.5.2

Inkopen bij [E]

In het jaar 2004 heeft belastingplichtige in verband met inkopen bij [E] drie facturen met een totaalbedrag van € 144.160 (exclusief € 27.390 omzetbelasting) ten laste van de winst gebracht. De omzetbelasting die betrekking heeft op deze inkoopfacturen is teruggevraagd aan de Belastingdienst middels de aangiften omzetbelasting.

Op basis van het onderzoek is het aannemelijk dat dhr. [A] de facturen heeft vervalst, dan wel valselijk heeft opgemaakt, dan wel heeft laten vervalsen. De facturen zijn vals omdat:

- [D] verklaarde dat de facturen vals zijn opgemaakt door zijn vrouw [H] ;

- [D] op naam van [E] geen aangifte voor de omzetbelasting heeft gedaan;

- [D] verklaarde nooit kunst voor de factuurbedragen te hebben geleverd;

- de vrouw van [D] , [H] , verklaarde dat zij in opdracht van haar man facturen maakte;

- op de factoren gedateerd 2004, het adres [I] staat, maar dat [E] daar toen niet meer ingeschreven stond;

- het nummer van de Kamer van Koophandel vermeld op de facturen niet toebehoort aan [E] maar aan [J] ;

- [J] volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel per 28 augustus 2001 opgeheven is;

- [A] tegenstrijdig verklaarde over de vrouw van [D] , eerst keek ze alleen maar in de winkel rond, later maakte ze facturen.

- [A] verklaarde dat hij het BTW-nummer heeft gecontroleerd bij de Belastingdienst, maar dat het een OB-nummer betreft wat uit teveel cijfers bestaat.

Wij komen tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de gepresenteerde inkopen bij [E] daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Ter zake van deze inkopen is voorbelasting geclaimd. Wij corrigeren deze voorbelasting.

Correctie B

2004: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren inkopen € 27.390

3.5.3

Inkopen bij [F] BV

In het jaar 2003 heeft belastingplichtige in verband met inkopen bij [F] BV elf facturen met een totaalbedrag van € 366.884 (exclusief € 69.708 omzetbelasting) ten laste van de winst gebracht. De omzetbelasting die betrekking heeft op deze inkoopfacturen is teruggevraagd aan de Belastingdienst middels de aangiften omzetbelasting.

Op basis van het onderzoek is het aannemelijk dat dhr. [A] de facturen heeft vervalst, dan wel valselijk heeft opgemaakt, dan wel heeft laten vervalsen.

Uit het onderzoek blijkt dat de facturen vals zijn omdat:

- de adviseur van [F] BV verklaarde dat de aan haar getoonde facturen niet tot de omzet van [F] BV behoren;

- de adviseur van [F] BV dat er slechts een omzet van € 848 is geweest en dat zij hier ook aangifte omzetbelasting voor heeft gedaan;

- de huur van het pand waar [F] BV gevestigd was al in augustus 2002 was opgezegd.

Wij komen tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de gepresenteerde inkopen bij [F] BV daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Ter zake van deze inkopen is voorbelasting geclaimd. Wij corrigeren deze voorbelasting.

Correctie C

2003: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren inkopen € 69.708

3.5.4

Inkopen bij [G] BV

In het jaar 2004 en 2006 heeft belastingplichtige in verband met inkopen bij [G] BV vijf facturen met een totaalbedrag van € 221.690 (exclusief € 41.581 omzetbelasting) ten laste van de winst gebracht. De omzetbelasting die betrekking heeft op deze inkoopfacturen is teruggevraagd aan de Belastingdienst middels de aangiften omzetbelasting.

De verdeling is als volgt:

Bedrag excl Bedrag incl

Boekjaar omzetbelasting Omzetbelasting omzetbelasting

_____________________________________________________________________

2004 € 60.490 € 11.493 € 71.983

2006 € 161.200 € 30.088 € 191.288

-------------------- ------------------ --------------------

Totaal € 221.690 € 41.581 € 263.271

Op basis van het onderzoek is het aannemelijk dat dhr. [A] de facturen heeft vervalst, dan wel valselijk heeft opgemaakt, dan wel heeft laten vervalsen. De facturen zijn vals omdat:

- vennoot [K] verklaarde dat zij de facturen nog nooit gezien had;

- vennoot [K] verklaarde zij samen met vennoot [L] in 2003 [G] BV heeft gekocht maar nooit activiteiten met de BV heeft verricht;

- vennoot [L] verklaarde dat hij de facturen nog nooit had gezien;

- vennoot [L] verklaarde dat er niets op de facturen staat wat hij herkende;

- vennoot [L] verklaarde dat voor zover hij weet er geen handelsactiviteiten op naam van [G] BV zijn geweest.

Wij komen tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de gepresenteerde inkopen bij [G] BV daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Ter zake van deze inkopen is voorbelasting geclaimd. Wij corrigeren deze voorbelasting.

Correctie D

2004: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren inkopen € 11.493

2006: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren inkopen € 30.088

3.5.5

Kosten renovatie

In het jaar 2005 heeft belastingplichtige in verband met renovatiewerkzaamheden, verricht door [D] , twee facturen met een totaalbedrag van € 15.770 (exclusief € 2.996 omzetbelasting) ten laste van de winst gebracht.

Het betreft de volgende facturen:

- factuur 25, d.d. 3 juli 2005, € 6.775 (exclusief € 1.287 omzetbelasting), [M] ;

- factuur 26, d,d. 7 juli 2005, € 8.995 (exclusief € 1.709 omzetbelasting), [N] .

Vanaf 1 augustus 2004 tot en met 31 oktober 2006 huurt [X] het pand gelegen aan [Q]. De eigenaar van dit pand is [O] BV. Uit het onderzoek van de FIOD blijkt dat er in 2005 geen verbouwing en/of renovatie in het pand heeft plaatsgevonden.

Dhr. [D] heeft tegenover de FIOD verklaart dat beide facturen op aandringen van dhr. [A] zijn gemaakt en dat er nooit betalingen hebben plaats gevonden.

Wij komen tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de gepresenteerde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Ter zake van deze inkopen is voorbelasting geclaimd. Wij corrigeren deze voorbelasting.

Correctie E

2005: minder aftrek voorbelasting i.v.m. niet accepteren renovatiekosten € 2.996

4 Overzicht correcties

4.1

Omzetbelasting

Omschrijving Punt 2003 2004 2005 2006

_______________________________________________________________________

Correctie A 3.5.1 € 39.602 € 85.813 € 130.996 € 0

Correctie B 3.5.2 € 0 € 27.390 € 0 € 0

Correctie C 3.5.3 € 69.708 € 0 € 0 € 0

Correctie D 3.5.4 € € 11.493 € 0 € 30.088

Correctie E 3.5.5 € 0 € 0 € 2.996 € 0

________ ________ _________ _______

Naheffing € 109.310 € 124.696 € 133.992 € 30.088

Het totale bedrag van de correcties bedraagt € 398.066.”

Naar aanleiding van de gegevens zoals die blijken uit het boekenonderzoek heeft verweerder eerder genoemde naheffingsaanslag en beschikking heffingsrente opgelegd.

2.3.

In oktober 2006 is naar aanleiding van de resultaten van de controle een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de handelwijze van de vennoten van eiseres. Op 4 februari 2010 heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem vonnis gewezen in de zaak tegen de vennoot van eiseres [A] . In dit vonnis is - onder meer - het volgende vermeld:

“4.3 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 27 september 2003 tot en met 18 december 2006 te [Z] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen of alleen, de facturen, te weten:

een factuur van [D] ho. [D] d.d. 27 september 2003 (bijlage D-001) en

een factuur van [D] ho. [D] d.d. 29 december 2003 (bijlage D-005) en

een factuur van [D] ho. [D] d.d. 15 april 2004 (bijlage D-008) en

een factuur van [D] ho. [D] d.d. 11 november 2005 (bijlage D-026) en

een factuur van [G] B.V. d.d. 12 september 2006 (bijlage D-82a)

en

6. een factuur van [X] dd. 13 september 2006 (bijlage D-082) en

7. een factuur van [X] dd. 13 december 2006 (bijlage D-081) en

8. een factuur van [X] dd. 18 december 2006 (bijlage D-077)

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders telkens valselijk

(…)

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruikten of door anderen te doen gebruiken.

2.

[X] in de periode van 10 oktober 2003 tot en met 2 december 2005 te [Z] , telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting over de maanden september 2003 (D51-9) en december 2003 (D52-12) en juni 2005 (D53-6) en juli 2005 (D-53-7) en 2005 (D53-11) onjuist heeft gedaan, immers heeft die [X] telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Haarlem ingeleverde aangiftebiljetten aangifte omzetbelasting over genoemde maanden telkens een te laag belastbaar bedrag, aan de belasting opgegeven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding26 heeft gegeven;

3.

[X] in de periode van 15 maart 2006 tot en met 15 september 2006 te [Z] , telkens als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden of (andere) gegevensdragers of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld, immers heeft [X] aan de Belastingdienst Holland-Midden, kantoor Haarlem, beschikbaar gesteld:

- een factuur van [D] h/o [D] (bijlage D-001), bestaande de valsheid van die factuur hierin dat op voormelde factuur is vermeld dat door [D] h/o [D] op 27 september 2003 India & Chines kunstwerk ter waarde van 46.291 EU (euro) is geleverd aan [X] , zulks terwijl in werkelijkheid deze levering niet heeft plaatsgevonden en

- een factuur van [D] h/o [D] (bijlage D-005), bestaande de valsheid van die factuur hierin dat op voormelde factuur is vermeld dat door [D] h/o [D] op 29 december 2003 Chinees kunst schilderwerk ter waarde van 64.093,40 EU (euro) is geleverd aan [X] , zulks terwijl in werkelijkheid deze levering niet heeft plaatsgevonden en

- een factuur van [D] h/o [D] (bijlage D-008), bestaande de valsheid van die factuur hierin dat op voormelde factuur is vermeld dat door [D] h/o [D] op 15 april 2004 Indiaans en Chinees kunst ter waarde van 74.970 EU (euro) zijn geleverd aan [X] , zulks terwijl in werkelijkheid deze levering niet heeft plaatsgevonden en

- een factuur van [D] h/o [D] (bijlage D-026), bestaande de valsheid van die factuur hierin dat op voormelde factuur is vermeld dat door [D] h/o [D] op 11 november 2005 kunstwerk ter waarde van 48.195 euro is geleverd aan [X] , zulks terwijl in werkelijkheid deze levering niet heeft plaatsgevonden,

terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting is geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijke leiding heeft gegeven.”

3 Geschil

3.1.

In geschil is of verweerder de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de in paragraaf 3.5 van het controlerapport genoemde facturen zijn uitgereikt voor leveringen van goederen c.q. diensten aan eiseres.

3.2.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag.

3.3.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

De rechtbank stelt voorop dat op eiseres de last rust om te bewijzen dat zij recht heeft op aftrek van de voorbelasting die is vermeld op de in paragraaf 3.5 van het controlerapport genoemde facturen.

4.2.

Gelet op de bevindingen in het controlerapport zijn bij verweerder terecht twijfels gerezen omtrent het antwoord op de vraag of deze facturen wel (geheel of gedeeltelijk) betrekking hebben op de levering van goederen c.q. diensten aan eiseres door de personen die op deze facturen worden genoemd als leverancier. Het is aan eiseres om deze twijfels weg te nemen en aannemelijk te maken dat de prestaties wel hebben plaatsgevonden.

4.3.

Eiseres heeft in dat kader verwezen naar de tegenstrijdigheden in de verklaringen van de personen die de in geschil zijnde facturen zouden hebben uitgereikt. Gelet op de bewijslastverdeling is het niet voldoende dat eiseres de bevindingen van verweerder bestrijdt. Zij zal aannemelijk moeten maken dat de goederen wel aan haar zijn geleverd c.q. de diensten wel zijn verricht. De tegenstrijdigheden in de verklaringen die diverse personen hebben afgelegd, nemen de onder 4.2 bedoelde twijfels niet weg. Dat de afgelegde verklaringen niet geheel waar of tegenstrijdig zouden zijn, betekent nog niet dat de prestaties wel hebben plaatsgevonden. Uit alle afgelegde verklaringen volgt, in samenhang bezien, immers dat de betrokken personen ontkennen dat zij voor de op de facturen genoemde bedragen goederen of diensten aan eiseres hebben geleverd.

4.4.

Voorts heeft eiseres gewezen op de uitkomsten van eerdere boekenonderzoeken, waaruit zou volgen dat haar handelwijze met betrekking tot de administratie zou zijn geaccepteerd en dat enige gebreken in de administratie haar niet kunnen worden tegengeworpen. Dit standpunt kan eiseres niet baten. Zoals de rechtbank onder 4.2 heeft overwogen, werkt het in het nadeel van eiseres dat zij niet op een controleerbare manier een kas- en een voorraadadministratie heeft bijgehouden. Deze omissie kan, wat verder ook zij van het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel, niet zo worden uitgelegd dat het niet bijhouden van een kas- en voorraadadministratie haar niet kan worden tegengeworpen. Dit aspect kan uitsluitend een rol spelen in een situatie waarin de bewijslastverdeling ter discussie staat. Hiervan is geen sprake, omdat de bewijslast op eiseres rust.

4.5.

Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. K.M. Braun en

mr. A.E. Keulemans, rechters, in tegenwoordigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2011.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature